De acute hersenactiviteit van de christenen wereldwijd is bijna voelbaar, zo vlak na een grote ramp. Iedereen voelt de druk om zoiets onbegrijpelijks zo snel mogelijk te plaatsen want, eigenlijk kunnen we dit helemaal niet rijmen met ons beeld van een scheppende God, laat staan een liefhebbende God.
God creëert, Hij bouwt op, Hij breekt niet af. Maar is Hij niet Heer en Meester van zijn schepping? Draagt Hij niet de aarde in zijn hand? Was het diezelfde hand die lichtjes beefde? Misschien was Hij toornig en was de maat vol. Of neen, het zal misschien de satan zijn geweest, want van Gods tegenstander kan je natuurlijk wél het omgekeerde verwachten, namelijk, vernieling, angst en dood. Of is het toch God die het doet beven onder de voeten van zowel goeden als kwaden? Bovendien hebben wij allen gelezen dat Hij ooit opteerde voor een zondvloed. En dan stelt Jezus, ons deze vraag: "Denkt u dat zij schuldiger zijn geweest dan alle andere?". Hoe kunnen we dit alles met elkaar verzoenen? Ik neem even een aanloop.
Een begin zonder begin
Voor de meeste christenen - op de fundamentalisten na - wordt het stilaan duidelijk dat de schrijver van het boek Genesis niet gezeten was op een comfortabele satelliet om zo vanaf de eerste rij te aanschouwen hoe de Schepper 'die week' te werk ging. Wat we weten is dit: God staat aan de oorsprong van het leven; Hij is oorsprong; Hij is leven. Een gelovige ervaart hierin trouwens veel meer vrijheid dan een atheïst. De christen ontsnapt aan 'toeval' en 'wanhoop'. Het begin dat geen begin kent - paradox bij uitstek voor zowel gelovige als ongelovige - krijgt een gezicht voor een ontelbaar aantal mensen die niet anders kunnen dan niet niet-geloven.
Wij weten het niet
Als we dus al niet weten hoe God de kosmos en de aarde tot stand bracht en in stand houdt, dan mogen we niet verwachten dat we de mooie en de lelijke manifestaties van die kosmos kunnen inschatten. “Het is een vermoeiend verhaal waar geen mens iets over kan zeggen. Hij kijkt wel, maar ziet niets, hij luistert zonder iets te verstaan”, zegt de prediker. Daarom moeten wij biddend belijden. "Heer, wij weten het niet en zijn ook niet geschapen om het te kunnen weten."
Een ladder van hoop
Wij weten slechts dat God de tijd in de eeuwigheid heeft neergelegd; dat Hij een levende planeet heeft gewenst en de wetten van de kosmos heeft bepaald. Daarbij kunnen we afleiden dat als 'tijd' inderdaad tijdelijk is, dat ooit de natuurwetten zullen opgaan in de bovennatuur. Dit tranendal heeft zicht op een verre ladder, waarlangs engelen opklimmen en neerdalen. Ook voor ons komt ooit de tijd om deze ladder te beklimmen. Sommigen hoeven zelfs niet te klimmen en bevinden zich plots, totaal onverwacht in een nieuwe dimensie waar geen vernieling meer te bespeuren valt. Ze zijn aangekomen, maar niet zonder kruisiging.
God is geen superheld
Vanuit ons begrensd perspectief - een perspectief dat ons zo geschonken is en begrensd mag zijn - mogen we stellen dat God niet bepaalt hoe hard de zon schijnt, hoe hevig de wind waait en hoe machtig de zee beukt. God schept wat zon is, wat stof, wind en water is, en laat de kosmos de vrije loop. De kosmos bepaalt wanneer de zon verwarmt en wanneer zij verbrandt. De kosmos bepaalt wanneer water doet leven en wanneer water doet verdrinken. De kosmos bewijst ons dat er een tijd is om af te breken en een tijd om op te bouwen. Verder moeten wij besluiten dat niet God, maar de mens een invloed uitoefent op de kosmos. De mens is vrij. De mensheid is vrij en haar acties blijven nooit zonder gevolg.
Is de mens dan machtiger dan God? Wat deze wereld betreft, wat dit begrensd tafereel in de kosmos betreft, is het antwoord een ontnuchterend "ja". God bezit de kosmos; de kosmos bestaat in Hem, maar wat daarbinnen gebeurt, is een vrije opvoering waarin het scenario stap voor stap wordt geschreven. De mens is vrij.
Ja maar, is God niet sterk en machtig en tot alles in staat? Wie gelooft er nu in een zwakke godheid? God moet toch voor alles een oplossing hebben? Wel, hoe tegenstrijdig dit ook moge klinken, dat is het godsbeeld van de ongelovige. Atheïsten bepalen hun ongeloof op basis van een God die altijd alles kan en het vervolgens niet doet. Zij vechten tegen een nalatige superheld.
Een berekend risico
Christenen zijn totaal anders. Zij geloven in een God die kan kiezen om zwak en medelijdend te zijn. Maar waarom zou Hij dat doen? Omdat de mens anders is dan de kosmos. De mens is bekleed met vrije wil. De mens kan zich aan de wetten houden of juist niet. Hierdoor neemt God het risico van falen en lijden. Hierdoor kan zelfs de goede kosmos aan het wankelen gebracht worden. Gelukkig vereist de liefde dat Gods risico een berekend risico is. God voorziet een verzoenende component. De goddelijke solidariteit zal de lijdende ziel niet minachten.
De goddelijke solidariteit
God gaat zelf deelnemen aan het lijden en opteert voor de macht van de zwakheid. Oordeel zelf. God is altijd onzichtbaar, blijft op de achtergrond en moet altijd via bemiddeling optreden. Wanneer Hij dichtbij komt, zo dicht als een mens dat kan, doet Hij dat opnieuw onopvallend. Denk maar aan kerstmis. En uiteindelijk wordt Hij door de mens vermoord. Zo is God. Hij schenkt ons vrije wil en wordt zo een slachtoffer van de mens. Hij dringt binnen in de tijd; participeert in het menselijke en verlost binnen de grenzen van zijn eigen kosmos. Als een nagel een mens kan doden, dan zal die nagel ook God doden.
God is niet de almachtige conciërge van de kosmos. Hij is de almachtige deelgenoot van de mens. Hij verklaart dat slachtoffer zijn, ons ten beurt kan vallen in de onvoorspelbaarheid van de kosmos en doet ons voor hoe we dit moeten dragen. Hij openbaart ons dat Hij Heer en Meester is van de ziel en dat een tsunami ons daar niet kan raken. God vertelt ons hoe wij in verbinding kunnen treden met Hem, te midden van zegen en te midden van vloek. Hij trekt het lijden en de dood binnen in de bovennatuur alwaar Hij het omvormt tot eeuwig leven. Hij is het historisch bewijs van levensechte opstanding.
Ontegensprekelijk wordt vandaag opnieuw bewezen dat de kosmos kreunt. De aarde waar de mens heerst, wordt omgevormd tot een landschap met ontelbare kruisen. En wie zal zeggen hoeveel kernproeven, milieuvervuiling en bloedvergieten de kosmos nog kan slikken. Maar zolang de tijd loopt, wacht de lijdende Dienstknecht ons op aan het einde van de ladder waar de zielen, gelouterd in het aardse tranendal, de hemel zullen maken tot een plaats waar echte liefde kan bestaan en waar God uiteindelijk de tranen van elk aangezicht zal wissen.


