Ten gevolge van een vraag op Twitter, nam ik even de tijd om dit vreemde bijbelvers nog eens onder de loep te nemen.
Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, waarvan ik de dienaar ben. - Kol 1:24
Merk op dat St. Paulus dit eigenlijk langs de rand vermeldt in een poging om zijn positie te duiden. Hier wordt, zoals in alle brieven en op vele plaatsen, aangetoond dat er naast de heilige Schrift een even grote heilige Overlevering bestond. Het volledige verhaal bestond in de leer en mondelinge verkondiging van de Apostelen en diegenen die de onderwijzende macht via handoplegging van hen ontleenden. Stukken van dit verhaal vonden ook hun weg in geschriften die honderden jaren later door de bisschoppen als canoniek werden bestempeld.
In het aansluitend vers bevestigt St. Paulus trouwens dat het zijn taak is om die boodschap in al haar volheid te verkondigen. Bovenstaand schriftvers is misschien wel bijzonder 'vol', maar het wordt zeker niet uitgebreid theologisch uitgediept. Het is eerder een gebalde uitroep van een leer die in haar volheid mondeling werd verkondigd. Er alles over neerschrijven was duidelijk slechts een optie. Maar er zijn wel heel wat schriftplaatsen waar dit gegeven op gelijkaardige wijze opduikt.
Terug naar de begintekst. Als we ons soms afvragen wat de zin is van die hoofdpijn, dat misverstaan worden, dat verlies, die holocaust, die zondeval, dan kunnen wij in dit vers een antwoord vinden.
Wanneer Christus het dragen van het Kruis anticipeert, laat Hij nooit na om zijn volgelingen er op te wijzen, dat ook zij hun kruis zullen moeten dragen. In het hoofd van God was het dus van in den beginne zo, dat de verlossing der wereld zowel een offer zou worden voor de Christus als voor zijn broers en zusters. "Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters." (Rom 8:28,29)
Uiteindelijk wordt Gods tegenstander overwonnen, zowel door het bloed van het Lam, als door het getuigenis van zijn volgelingen die het martelaarschap aanvaard hebben. (Op 12:11)
Paulus herhaalt op een andere plaats dat wij volop delen in het lijden van Christus en voegt er aan toe dat wanneer hijzelf verdrukt wordt, dit tot onze troost is en zelfs tot onze redding! (2 Kor 1:5,6)
Nu wordt het stilaan duidelijk dat het verlossingsplan in Christus van die aard is, dat er in Hem, in aanhechting, in continuïteit, een gedeelte wordt vervuld door hen die in Christus gedoopt zijn en aldus geroepen zijn om Hem na te volgen. Als er iets 'ontbreekt' aan het lijden van Christus, betekent dit dat Jezus dit zelf bewust heeft gewild. Zijn lijden was ten volle, maar het was zelfs zo volledig, dat de deur werd geopend opdat ons lijden nu ook een betekenisvolle plaats kan krijgen. De kerk wordt niet voor niets het Lichaam van Christus genoemd. Als Hij lijdt, dan zullen ook wij lijden. Maar, en dat leren wij vandaag van St. Paulus, dit lijden is ten behoeve van de Kerk! Het is niet voor niets.
Als wij dit inzicht durven omhelzen, zal de boodschap van Christus en de Apostelen als vanzelf bijzonder helder worden en hebben we hiermee de sleutel te pakken die het mysterie van het lijden gedeeltelijk zal ontgrendelen. In eerste instantie is het ontnuchterend, want we ontkomen niet aan het lijden, wat sommige leugenachtige voorgangers ook beweren, maar anderszijds is er ook de ontluiking van een bijzondere hoop:
"Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister." (Rom 8:17)


