Daar gaat Jezus. Hij loopt naar het meer. Je zou zweren dat het een gewone man is. Hoeveel keer per dag zou hij niet denken: “Zie mij hier lopen. Niemand die ziet dat ik recht uit de hemel kom.” En toch moet hij daar de mensen van overtuigen; de aandacht trekken, aan het denken zetten. “Begrijp je mij wel? Neen? Kijk dan wat ik doe. Ik wil je doen nadenken over God. Hij is een echte Vader. Trouwens, ik ben zijn zoon. Kan jij ook worden. Geloof het of niet.”
Soms ziet hij iemand zitten en daagt hij uit: “Volg Mij, als je durft”. Dat zegt hij niet tegen iedereen, want niet iedereen is geroepen om voluit te gaan. Ze mogen hem wel volgen, om te kijken wat Hij nu gaat doen. Maar tegen de avond gaan die mensen gewoon weer naar huis, naar hun eigen gezin. Hopelijk zijn ze geïnspireerd en sturen ze hun levensstijl wat bij. Maar als hij je aanspreekt met de woorden “volg mij”, dan moet je tot veel bereid zijn en alles achterlaten. Niet min. Het betekent dat hij leiderskwaliteiten en offerbereidheid in je ziet. Jezus volgen; da’s niet gewoon.
Hij zegt: “Kijk naar mij, ik geef mij volledig en altijd. Ik blijf zelfs alleen. Kan jij dat ook? Want er zullen mensen zijn die niet zullen trouwen omdat ze enkel mijn Koninkrijk zullen dienen. De wereld begrijpt dit niet. Maar als ik het kan, kan ik het ook in jou bewerken.”
Jezus loopt naar het meer. Sommigen volgen hem, anderen zien hem voorbij gaan en keren dan terug naar hun vertrouwde kleine wereld.
(naar Mc 2:13-17, Mt 19:12)


